minder CO2 uitgestoten in 2025 dan in 2024 met het materieel

van onze verwerkte bulkgoederen is secundair

van ons afval wordt gescheiden

De cijfers:

van de leaseauto's is elektrisch

Wat gaat goed en wat ontbreekt er nog?

Een tweede leven
Projecten zoals de A44 spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van duurzaamheid binnen onze organisatie. Ze bieden ruimte om nieuwe werkwijzen te testen én om ervan te leren. ‘Rijkswaterstaat heeft 238 gebruikte liggers beschikbaar gesteld. Waar mogelijk krijgen die een tweede leven op dit project. En dat is niet het enige voorbeeld van hergebruik’, vertelt Sijmen. ‘Ongeveer twee derde van de 300.000 kuub benodigde grond komt van andere projecten. Daarnaast maken we gebruik van emissieloze machines en elektrisch transport.’

Bestaande ambities blijven voor ons een belangrijke drijfveer

Waardevolle les
Niet alleen praktisch, ook organisatorisch leren onze collega’s veel van werken zoals dit koploperproject. Sijmen: ‘Bijvoorbeeld over hoe je duurzaamheidsdata verzamelt of hoe je de MKI berekent van verschillende beton-toepassingen.’ Volgens Joost schuilt daarin juist de waarde van dit soort projecten. ‘Rijkswaterstaat steekt hier echt zijn nek uit. Door ruimte te bieden voor nieuwe oplossingen kunnen we dingen uitproberen. Wat we hier leren, wordt later weer breder toepasbaar. Dat is heel waardevol.’

Geen onnodig werk
Tegelijkertijd groeit de druk vanuit wet- en regelgeving om onze impact inzichtelijk te maken. Bedrijven zijn verplicht jaarlijks te rapporteren in de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). ‘Duurzaamheid wordt dus steeds minder vrijblijvend’, schetst Joost. ‘Een goede ontwikkeling. Wat je beweert, moet je kunnen onderbouwen. Ook daar hebben we onze partners in de keten bij nodig. Zij zijn vanwege hun bedrijfsgrootte misschien niet verplicht te rapporteren in de CSRD, maar wij zijn wel afhankelijk van hun data. Daar gaan we samen over in gesprek. Met gerichte en concrete vragen willen we voorkomen dat we hen opzadelen met onnodig werk.’

De keten als sleutel
Een van de belangrijkste inzichten van de afgelopen tijd: echte verduurzaming stopt niet bij de grenzen van de eigen organisatie. ‘We kunnen het simpelweg niet alleen’, ervaart Joost. ‘Opdrachtgevers, vergunningverleners, leveranciers, onderaannemers… Iedereen speelt een rol. Als zij niet mee kunnen bewegen, wordt het lastig om bepaalde stappen te zetten.’ Daarom verschuift de blik steeds vaker naar de keten. Sijmen: ‘We kijken niet alleen meer naar onze eigen uitstoot, maar naar het hele plaatje. Dus bijvoorbeeld ook naar de inkoop van materialen en onderaanneming. Daar ligt een groot deel van de impact.’

Zendingswerk
Het duurzaamheidsbeleid wordt stap voor stap ingevuld. De mannen vragen zichzelf daarbij telkens af: ‘Wat pakken we centraal op en waar laten we ruimte voor de bedrijven en business units?’ Sijmen: ‘We willen vooral commercieel meerwaarde creëren. Alles gaat dus in goed onderling overleg, zodat iedereen straks een consistent verhaal heeft. Of dat nu op tender-, project-, bedrijfs- of concernniveau is.’ Een goed voorbeeld was afgelopen jaar het eerste duurzaamheidsverslag van de infradivisie. Joost: ‘We zijn druk bezig het verslag bij iedereen te toetsen. Helpt het de boodschap over te brengen? Wat gaat goed en wat ontbreekt er nog? We hebben dus best wat ‘zendingswerk’ te doen!’

Ruimte voor veiligheid
Een belangrijk aspect in die samenwerking is veiligheid. Niet alleen voor weggebruikers, maar juist ook voor de mensen die aan het werk zijn. ‘Op sommige objecten mogen we maar beperkt afsluiten,’ vertelt Thomas. ‘Maar als je met grote hoeveelheden materieel werkt op een verouderde brug, moet je je afvragen: is dit nog wel verantwoord?’ De ervaring leert dat opdrachtgevers daar gelukkig steeds meer voor openstaan. ‘Er ontstaat een omslag,’ ziet Guido. ‘Vroeger was de overtuiging: ‘De weg móet openblijven!’ Tegenwoordig zien we juist ruimte voor afsluitingen of extra maatregelen, als dat de veiligheid ten goede komt.’

Dezelfde taal
Binnen KWS en de divisie VolkerWessels Infrastructuur houdt Joost zich vooral bezig met visie, beleid en rapportage rondom duurzaamheid. ‘De kernvraag is simpel’, stelt hij: ‘Waar staan we, waar willen we naartoe en hoe laten we zien dat we ook echt stappen zetten?’ Maar in een decentrale organisatie blijkt die vraag toch niet zo eenvoudig te beantwoorden. Iedereen heeft zijn eigen projecten, opdrachtgevers en werkwijzen. Juist het delen van kennis speelt dan ook een belangrijke rol. ‘Er gebeurt al enorm veel op het gebied van duurzaamheid’, ervaart Joost. ‘Alleen is het niet altijd zichtbaar. De uitdaging zit daarom vooral in het verbinden van alle initiatieven. We willen voorkomen dat iedereen zelf het wiel uitvindt.’

Emissieloos materieel
‘De ambities staan nog steeds overeind,’ zegt Joost. ‘Tegelijk zien we in de praktijk waar versnelling mogelijk is en waar ontwikkelingen meer tijd vragen. De verduurzaming van zwaar materieel gaat bijvoorbeeld langzamer dan die van bedrijfswagens.’ Binnen KWS worden de ambities daarom stap voor stap concreter gemaakt. Zo is inmiddels besloten dat alle nieuwe investeringen in materieel kleiner dan 56 kW emissieloos moeten zijn. Joost: ‘De bestaande ambities blijven voor ons een belangrijke drijfveer. Tegelijkertijd bekijken we ook hoe we deze verder kunnen aanscherpen zodat ze beter aansluiten op de praktijk en de ontwikkelingen in de markt.’

Nieuwe fase
De duurzaamheidsambities van KWS vinden hun oorsprong mede bij moederbedrijf VolkerWessels. Enkele jaren geleden werden stevige doelen geformuleerd: emissievrij werken in 2030 en 100% circulair in 2040. De lat werd bewust hoog gelegd om de organisatie én de sector in beweging te brengen. Inmiddels verschuift de aandacht steeds meer naar de praktische invulling van die ambities. Grondstoffen worden schaarser en de noodzaak om slimmer en circulair te werken groeit. Joost Bos, Manager Environmental, Social, Governance (ESG), en Sijmen Pelgröm, Coördinator Kenniscentrum Duurzaamheid vervullen daarin een dubbelrol: ze werken op divisieniveau aan het overkoepelende verhaal en de kaders, terwijl de inhoudelijke invulling en toepassing vooral binnen KWS plaatsvindt.

Het verkeer raast over de snelweg terwijl verderop graafmachines op volle toeren draaien en vrachtwagens af en aan rijden met grond en zand. We staan langs de A44 waar de komende jaren een brug en verschillende viaducten worden vervangen. Het project is onderdeel van de vernieuwingsopgave van Rijkswaterstaat. Op papier een ‘gewoon’ infraproject, maar achter de schermen fungeert het als een showcase voor duurzame infrastructuur. ‘Rijkswaterstaat bestempelt het als koploperproject’, vertelt Sijmen Pelgröm. ‘Er wordt strak gestuurd op de milieukostenindicator (MKI), dus we zetten bijvoorbeeld emissieloos transport en materieel in en gebruiken zoveel mogelijk circulaire materialen.’

Duurzaam bouwen begint niet alleen bij een heldere strategie en doelstellingen, maar juist ook bij de mensen op de bouwplaats. Op onze projecten geven we ruimte aan de intrinsieke motovatie van ons bedrijf én onze collega’s. Wat vinden we belangrijk en hoe maken we dat concreet? Natuurlijk zijn ambities op papier nodig om richting te geven aan die vraag. Een duurzaam kompas dat ruimte biedt aan die motivatie en tegelijk concreet richting geeft aan onze bedrijven, projecten en partners in de keten.

impact
Duurzame ambitie met

De cijfers:

minder CO2 uitgestoten in 2025 dan in 2024 met het materieel

van onze verwerkte bulkgoederen is secundair

van ons afval wordt gescheiden

van de leaseauto's is elektrisch

Geen onnodig werk
Tegelijkertijd groeit de druk vanuit wet- en regelgeving om onze impact inzichtelijk te maken. Bedrijven zijn verplicht jaarlijks te rapporteren in de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). ‘Duurzaamheid wordt dus steeds minder vrijblijvend’, schetst Joost. ‘Een goede ontwikkeling. Wat je beweert, moet je kunnen onderbouwen. Ook daar hebben we onze partners in de keten bij nodig. Zij zijn vanwege hun bedrijfsgrootte misschien niet verplicht te rapporteren in de CSRD, maar wij zijn wel afhankelijk van hun data. Daar gaan we samen over in gesprek. Met gerichte en concrete vragen willen we voorkomen dat we hen opzadelen met onnodig werk.’

Waardevolle les
Niet alleen praktisch, ook organisatorisch leren onze collega’s veel van werken zoals dit koploperproject. Sijmen: ‘Bijvoorbeeld over hoe je duurzaamheidsdata verzamelt of hoe je de MKI berekent van verschillende beton-toepassingen.’ Volgens Joost schuilt daarin juist de waarde van dit soort projecten. ‘Rijkswaterstaat steekt hier echt zijn nek uit. Door ruimte te bieden voor nieuwe oplossingen kunnen we dingen uitproberen. Wat we hier leren, wordt later weer breder toepasbaar. Dat is heel waardevol.’

Een tweede leven
Projecten zoals de A44 spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van duurzaamheid binnen onze organisatie. Ze bieden ruimte om nieuwe werkwijzen te testen én om ervan te leren. ‘Rijkswaterstaat heeft 238 gebruikte liggers beschikbaar gesteld. Waar mogelijk krijgen die een tweede leven op dit project. En dat is niet het enige voorbeeld van hergebruik’, vertelt Sijmen. ‘Ongeveer twee derde van de 300.000 kuub benodigde grond komt van andere projecten. Daarnaast maken we gebruik van emissieloze machines en elektrisch transport.’

Joost en Sijmen werken op infradivisie-niveau daarom aan één overkoepelend verhaal dat rust op drie pijlers: mens, natuur en klimaat. Samen vormen ze het kompas voor het duurzaamheidsbeleid. Onder klimaat vallen thema’s als CO₂-reductie, circulariteit en afvalscheiding. Natuur richt zich onder meer op biodiversiteit en klimaatadaptatie, en bij mens gaat het onder andere over sociale impact, veiligheid en social return. Sijmen: ‘Daarnaast willen we graag een plek waar we alle informatie rondom duurzaamheid samenbrengen. De juiste documenten, vaste definities en uniforme data.’ Een stevige kapstok waaraan iedereen vervolgens zijn eigen, bedrijfsspecifieke informatie kan hangen. ‘We gebruiken dan allemaal hetzelfde fundament.’

impact

De keten als sleutel
Een van de belangrijkste inzichten van de afgelopen tijd: echte verduurzaming stopt niet bij de grenzen van de eigen organisatie. ‘We kunnen het simpelweg niet alleen’, ervaart Joost. ‘Opdrachtgevers, vergunningverleners, leveranciers, onderaannemers… Iedereen speelt een rol. Als zij niet mee kunnen bewegen, wordt het lastig om bepaalde stappen te zetten.’ Daarom verschuift de blik steeds vaker naar de keten. Sijmen: ‘We kijken niet alleen meer naar onze eigen uitstoot, maar naar het hele plaatje. Dus bijvoorbeeld ook naar de inkoop van materialen en onderaanneming. Daar ligt een groot deel van de impact.’

Zendingswerk
Het duurzaamheidsbeleid wordt stap voor stap ingevuld. De mannen vragen zichzelf daarbij telkens af: ‘Wat pakken we centraal op en waar laten we ruimte voor de bedrijven en business units?’ Sijmen: ‘We willen vooral commercieel meerwaarde creëren. Alles gaat dus in goed onderling overleg, zodat iedereen straks een consistent verhaal heeft. Of dat nu op tender-, project-, bedrijfs- of concernniveau is.’ Een goed voorbeeld was afgelopen jaar het eerste duurzaamheidsverslag van de infradivisie. Joost: ‘We zijn druk bezig het verslag bij iedereen te toetsen. Helpt het de boodschap over te brengen? Wat gaat goed en wat ontbreekt er nog? We hebben dus best wat ‘zendingswerk’ te doen!’

Voor zowel Joost als Sijmen is duurzaamheid meer dan een professioneel thema. Beiden voelen ook persoonlijk een sterke motivatie.

Sijmen: ‘Een paar jaar geleden ben ik er bewuster mee bezig gegaan. Geen vlees meer eten, minder vliegen, dat soort keuzes. Dat helpt ook om in je werk anders naar dingen te kijken.’

Joost: ‘Wat ik soms lastig te begrijpen vind, is dat we weten wat er gebeurt met het klimaat en toch doorgaan alsof er niets aan de hand is. Iedereen moet doen wat hij kan. Het hoeft niet perfect, maar wel bewust.’

Ruimte voor veiligheid
Een belangrijk aspect in die samenwerking is veiligheid. Niet alleen voor weggebruikers, maar juist ook voor de mensen die aan het werk zijn. ‘Op sommige objecten mogen we maar beperkt afsluiten,’ vertelt Thomas. ‘Maar als je met grote hoeveelheden materieel werkt op een verouderde brug, moet je je afvragen: is dit nog wel verantwoord?’ De ervaring leert dat opdrachtgevers daar gelukkig steeds meer voor openstaan. ‘Er ontstaat een omslag,’ ziet Guido. ‘Vroeger was de overtuiging: ‘De weg móet openblijven!’ Tegenwoordig zien we juist ruimte voor afsluitingen of extra maatregelen, als dat de veiligheid ten goede komt.’

Bestaande ambities blijven voor ons een belangrijke drijfveer

Dezelfde taal
Binnen KWS en de divisie VolkerWessels Infrastructuur houdt Joost zich vooral bezig met visie, beleid en rapportage rondom duurzaamheid. ‘De kernvraag is simpel’, stelt hij: ‘Waar staan we, waar willen we naartoe en hoe laten we zien dat we ook echt stappen zetten?’ Maar in een decentrale organisatie blijkt die vraag toch niet zo eenvoudig te beantwoorden. Iedereen heeft zijn eigen projecten, opdrachtgevers en werkwijzen. Juist het delen van kennis speelt dan ook een belangrijke rol. ‘Er gebeurt al enorm veel op het gebied van duurzaamheid’, ervaart Joost. ‘Alleen is het niet altijd zichtbaar. De uitdaging zit daarom vooral in het verbinden van alle initiatieven. We willen voorkomen dat iedereen zelf het wiel uitvindt.’

Emissieloos materieel
‘De ambities staan nog steeds overeind,’ zegt Joost. ‘Tegelijk zien we in de praktijk waar versnelling mogelijk is en waar ontwikkelingen meer tijd vragen. De verduurzaming van zwaar materieel gaat bijvoorbeeld langzamer dan die van bedrijfswagens.’ Binnen KWS worden de ambities daarom stap voor stap concreter gemaakt. Zo is inmiddels besloten dat alle nieuwe investeringen in materieel kleiner dan 56 kW emissieloos moeten zijn. Joost: ‘De bestaande ambities blijven voor ons een belangrijke drijfveer. Tegelijkertijd bekijken we ook hoe we deze verder kunnen aanscherpen zodat ze beter aansluiten op de praktijk en de ontwikkelingen in de markt.’

Wat is MKI?

De Milieukostenindicator (MKI) vertaalt de totale milieu-impact van materialen en projecten naar één bedrag in euro’s. De score is gebaseerd op een levenscyclusanalyse (LCA). Hoe lager de MKI, hoe duurzamer het product of project. In aanbestedingen wordt de MKI steeds vaker gebruikt om duurzame oplossingen te stimuleren en onderling te vergelijken. De inschrijver met de laagste MKI krijgt bijvoorbeeld een bepaald concurrentievoordeel.

Nieuwe fase
De duurzaamheidsambities van KWS vinden hun oorsprong mede bij moederbedrijf VolkerWessels. Enkele jaren geleden werden stevige doelen geformuleerd: emissievrij werken in 2030 en 100% circulair in 2040. De lat werd bewust hoog gelegd om de organisatie én de sector in beweging te brengen. Inmiddels verschuift de aandacht steeds meer naar de praktische invulling van die ambities. Grondstoffen worden schaarser en de noodzaak om slimmer en circulair te werken groeit. Joost Bos, Manager Environmental, Social, Governance (ESG), en Sijmen Pelgröm, Coördinator Kenniscentrum Duurzaamheid vervullen daarin een dubbelrol: ze werken op divisieniveau aan het overkoepelende verhaal en de kaders, terwijl de inhoudelijke invulling en toepassing vooral binnen KWS plaatsvindt.

Het verkeer raast over de snelweg terwijl verderop graafmachines op volle toeren draaien en vrachtwagens af en aan rijden met grond en zand. We staan langs de A44 waar de komende jaren een brug en verschillende viaducten worden vervangen. Het project is onderdeel van de vernieuwingsopgave van Rijkswaterstaat. Op papier een ‘gewoon’ infraproject, maar achter de schermen fungeert het als een showcase voor duurzame infrastructuur. ‘Rijkswaterstaat bestempelt het als koploperproject’, vertelt Sijmen Pelgröm. ‘Er wordt strak gestuurd op de milieukostenindicator (MKI), dus we zetten bijvoorbeeld emissieloos transport en materieel in en gebruiken zoveel mogelijk circulaire materialen.’

Duurzaam bouwen begint niet alleen bij een heldere strategie en doelstellingen, maar juist ook bij de mensen op de bouwplaats. Op onze projecten geven we ruimte aan de intrinsieke motovatie van ons bedrijf én onze collega’s. Wat vinden we belangrijk en hoe maken we dat concreet? Natuurlijk zijn ambities op papier nodig om richting te geven aan die vraag. Een duurzaam kompas dat ruimte biedt aan die motivatie en tegelijk concreet richting geeft aan onze bedrijven, projecten en partners in de keten.

Duurzame ambitie met