'Spoorvorming'
groen asfalt
Samen op weg naar

KWS volgt op dit moment drie duidelijke sporen richting biobased asfalt.

CIRCUROAD
Binnen CIRCUROAD werkt KWS samen met andere grote infrabedrijven, opdrachtgevers en kennisinstellingen aan de ontwikkeling en validatie op TRL 9-niveau van asfalt met dertig procent biobased bindmiddel. Een belangrijke tussenstap met als doel: bewijzen dat het bindmiddel betrouwbaar en schaalbaar toepasbaar is. Dit wordt gedaan aan de hand van meerdere proefvakken en vijf jaar monitoring in de praktijk.

Innovatiepartnerschap (IP) Bioverrijkt Asfalt
KWS is één van de drie infrabedrijven die vanuit een aanbesteding werden geselecteerd voor de onderzoeks- en ontwikkelfase van het Innovatiepartnerschap Bioverrijkt Asfalt van Building Balance. Het doel: een  brede inzet in de praktijk door middel van validatie op basis van proefvakken en monitoring. Het draait hier om mengsels met minimaal 30 procent biobased bindmiddel. KWS gaat daarin verder en biedt een mengsel aan met 50 procent biobased bindmiddel.  

KonwéBio 100
KWS ontwikkelt samen met partner Latexfalt KonwéBio 100. Zoals de naam al doet vermoeden: hierin wordt toegewerkt naar volledig biobased bindmiddel. Het einddoel als dit volledig gevalideerd is? Een schaalbaar bindmiddel, van 0 tot 100 procent biobased, stuurbaar op de gewenste combinatie van eigenschappen van het asfalt. Het product heeft zich zowel in ontwikkeling als in de praktijk al bewezen.  

Waarom meerdere sporen? Daar heeft Alex van de Wall, Bedrijfsleider Onderzoek & Advies Wegen bij KWS, een duidelijk antwoord op: ‘We zien dat elk spoor zijn eigen invalshoek kent en dat er andere ketenpartners betrokken zijn. Door al deze sporen tegelijkertijd te volgen, verwachten we maximale impact te hebben.’ 

Normaal zijn we concurrenten maar nu voelt iedereen de urgentie

Opdrachtgevers willen graag zien dat het op de lange termijn werkt; dat kost nu eenmaal tijd

Lagere temperatuur
Een belangrijk ‘neveneffect’ van biobased asfalt is dat het bij lagere temperaturen geproduceerd en verwerkt kan worden. In plaats van 160 graden is het mogelijk om (in veel gevallen zonder extra toevoegingen) onder de 140 graden te produceren. KonwéBio is daar een goed voorbeeld van. Het resultaat: minder energieverbruik en dus een extra CO2-reductie. Ook de MKI-score is veelbelovend. Volgens Hester scoort biobased asfalt nu al beter, met indicaties van twintig tot dertig procent reductie. ‘In de toekomst kan dat voordeel groter worden, wanneer ook de CO₂-opslag in biobased materialen wordt meegenomen in de berekeningen.’ 

De prijs van vooruitgang
Ondanks de vele voordelen van biobased bindmiddelen, is de stap naar grootschalige toepassing niet morgen gezet. De kosten liggen momenteel nog hoger dan die van traditioneel bitumen. Opschaling helpt, maar lost niet alles op. Daarom draait de ontwikkeling ook om waardering. Wat is een lagere MKI waard? Hoe zwaar weegt CO₂-reductie? En welke ambitie heeft een opdrachtgever? Kevin schetst de richting: ‘We willen straks alles aan kunnen bieden. Van nul tot honderd procent biobased. En dan is het aan de opdrachtgever om te bepalen waar het zwaartepunt ligt. Is dat het gehalte biobased, de prijs-kwaliteit, MKI of een CO₂-neutraal project?’

Eén doel
De transitie naar biobased asfalt kunnen we niet alleen. Natuurlijk ontwikkelen we ook eigen bindmiddelen, maar om de transitie écht te versnellen, hebben we elkaar in de infra-sector keihard nodig. KWS werkt daarom nauw samen met collega’s, opdrachtgevers, leveranciers en kennispartners. Binnen CIRCUROAD, Building Balance en op proefvakken door het hele land. ‘Deze ontwikkeling doen we écht gezamenlijk’, benadrukt Kevin. De energie werkt aanstekelijk, ervaart Hester: ‘Normaal zijn we concurrenten, maar nu zie je dat iedereen de urgentie voelt.’ Met een glimlach: ‘Dat vind ik echt mooi om te zien!’ 

Op proef 
De biobased mengsels worden eerst uitgebreid onderzocht en getest in het laboratorium. Daarna volgt pas de praktijk: produceren, aanbrengen, opleveren en vervolgens monitoren. Hoe houdt het asfalt zich na een strenge winter of een hete zomer? Wat gebeurt er op zwaar belaste punten? Hoe zit het met slijtvastheid, stroefheid en rijcomfort? Om dit allemaal goed in kaart te brengen, worden er op verschillende locaties in Nederland proefvakken aangelegd.  

Wie van de drie
Eén van die locaties is de N375 bij Meppel. Hier test de provincie Drenthe drie wegvakken van elk driehonderd meter met verschillende mengsels van biobased asfalt. De komende vijf jaar wordt onderzocht hoe deze mengsels zich gedragen. Hester Vos, Adviseur MKI, Onderzoek & Ontwikkeling bij KWS: ‘Opdrachtgevers willen graag zien dat het op de lange termijn werkt. En bij asfalt kost dat nu eenmaal tijd.’ De eerste geluiden zijn positief. Een eerder vak met honderd procent biobased bindmiddel op de N210 gaat inmiddels de tweede zomer in. Kevin: ‘Ten opzichte van het referentievak ziet het er goed uit. Op heel zwaar belaste punten heeft het asfalt het wat zwaarder, maar niet meer dan bij regulier asfalt.’ 

Basismateriaal
KWS en haar collega’s in de markt concentreren zich daarom niet meer op één stof, maar zoeken materialen bij de individuele eigenschappen van een bindmiddel. Kevin: ‘Denk aan verwerking, soepelheid en duurzaamheid. Daar zoeken we een basisstof bij. Afhankelijk van hoe zo’n stof zich in proeven gedraagt ten opzichte van klassiek bitumen, zoeken we daar vervolgens nog andere grondstoffen bij. En die zijn dan natuurlijk het liefst ook biobased, circulair of secundair.’  

Unieke grondstof 
Oud asfalt krijgt in nieuwe mengsels al een tweede leven en in asfaltcentrales wordt ook al hard gewerkt aan minder energieverbruik en uitstoot. Maar verduurzaming van één onderdeel bleef altijd ingewikkeld: het bindmiddel. ‘Bitumen is eigenlijk best een bijzonder goedje’, vindt Kevin Daalhuizen, Adviseur Wegen en Innovatie bij KWS. ‘Voorheen werd vooral geprobeerd om dat één-op-één te vervangen. Maar we kwamen er al snel achter dat bitumen eigenschappen bezit die je niet zomaar allemaal in één andere stof vindt.’  

Wie over de verschillende proefvakken in Nederland rijdt, merkt en ziet niets bijzonders. Maar achter het vertrouwde zwarte oppervlak gaat een flinke verandering schuil. Want waar asfalt jarenlang vrijwel onlosmakelijk verbonden was met bitumen uit aardolie, zoekt KWS nu samen met collega’s en partners in de keten naar alternatieven uit reststromen van bijvoorbeeld landbouw, bosbouw en papierindustrie. Een serieuze stap richting fossielvrij asfalt. 

55% minder CO2-uitstoot en 50% minder verbruik van primaire grondstoffen in 2030. Gemeenten, provincies en andere opdrachtgevers zoeken naar manieren om de ambitieuze Nederlandse klimaatdoelen te behalen. Eén van de middelen: duurzamer asfalt. KWS werkt daarom onder andere aan biobased asfalt waarin bitumen deels of zelfs volledig wordt vervangen door een bindmiddel van natuurlijke oorsprong. De belangrijkste grondstof in deze ontwikkeling: samenwerking. 

Waarom meerdere sporen? Daar heeft Alex van de Wall, Bedrijfsleider Onderzoek & Advies Wegen bij KWS, een duidelijk antwoord op: ‘We zien dat elk spoor zijn eigen invalshoek kent en dat er andere ketenpartners betrokken zijn. Door al deze sporen tegelijkertijd te volgen, verwachten we maximale impact te hebben.’ 

Wastebased 
Naast biobased bindmiddelen volgt KWS nóg een spoor: de ontwikkeling van alternatieven bindmiddelen uit afvalstromen. Vooral interessant omdat hiermee tegelijkertijd (een deel van) het afvalprobleem kan worden aangepakt. Wastebased is wat dat betreft de overtreffende trap van biobased. 

KWS volgt op dit moment drie duidelijke sporen richting biobased asfalt.

Innovatiepartnerschap (IP) Bioverrijkt Asfalt
KWS is één van de drie infrabedrijven die vanuit een aanbesteding werden geselecteerd voor de onderzoeks- en ontwikkelfase van het Innovatiepartnerschap Bioverrijkt Asfalt van Building Balance. Het doel: een  brede inzet in de praktijk door middel van validatie op basis van proefvakken en monitoring. Het draait hier om mengsels met minimaal 30 procent biobased bindmiddel. KWS gaat daarin verder en biedt een mengsel aan met 50 procent biobased bindmiddel.  

CIRCUROAD
Binnen CIRCUROAD werkt KWS samen met andere grote infrabedrijven, opdrachtgevers en kennisinstellingen aan de ontwikkeling en validatie op TRL 9-niveau van asfalt met dertig procent biobased bindmiddel. Een belangrijke tussenstap met als doel: bewijzen dat het bindmiddel betrouwbaar en schaalbaar toepasbaar is. Dit wordt gedaan aan de hand van meerdere proefvakken en vijf jaar monitoring in de praktijk.

'Spoorvorming'

KonwéBio 100
KWS ontwikkelt samen met partner Latexfalt KonwéBio 100. Zoals de naam al doet vermoeden: hierin wordt toegewerkt naar volledig biobased bindmiddel. Het einddoel als dit volledig gevalideerd is? Een schaalbaar bindmiddel, van 0 tot 100 procent biobased, stuurbaar op de gewenste combinatie van eigenschappen van het asfalt. Het product heeft zich zowel in ontwikkeling als in de praktijk al bewezen.  

Lagere temperatuur
Een belangrijk ‘neveneffect’ van biobased asfalt is dat het bij lagere temperaturen geproduceerd en verwerkt kan worden. In plaats van 160 graden is het mogelijk om (in veel gevallen zonder extra toevoegingen) onder de 140 graden te produceren. KonwéBio is daar een goed voorbeeld van. Het resultaat: minder energieverbruik en dus een extra CO2-reductie. Ook de MKI-score is veelbelovend. Volgens Hester scoort biobased asfalt nu al beter, met indicaties van twintig tot dertig procent reductie. ‘In de toekomst kan dat voordeel groter worden, wanneer ook de CO₂-opslag in biobased materialen wordt meegenomen in de berekeningen.’ 

De prijs van vooruitgang
Ondanks de vele voordelen van biobased bindmiddelen, is de stap naar grootschalige toepassing niet morgen gezet. De kosten liggen momenteel nog hoger dan die van traditioneel bitumen. Opschaling helpt, maar lost niet alles op. Daarom draait de ontwikkeling ook om waardering. Wat is een lagere MKI waard? Hoe zwaar weegt CO₂-reductie? En welke ambitie heeft een opdrachtgever? Kevin schetst de richting: ‘We willen straks alles aan kunnen bieden. Van nul tot honderd procent biobased. En dan is het aan de opdrachtgever om te bepalen waar het zwaartepunt ligt. Is dat het gehalte biobased, de prijs-kwaliteit, MKI of een CO₂-neutraal project?’

Eén doel
De transitie naar biobased asfalt kunnen we niet alleen. Natuurlijk ontwikkelen we ook eigen bindmiddelen, maar om de transitie écht te versnellen, hebben we elkaar in de infra-sector keihard nodig. KWS werkt daarom nauw samen met collega’s, opdrachtgevers, leveranciers en kennispartners. Binnen CIRCUROAD, Building Balance en op proefvakken door het hele land. ‘Deze ontwikkeling doen we écht gezamenlijk’, benadrukt Kevin. De energie werkt aanstekelijk, ervaart Hester: ‘Normaal zijn we concurrenten, maar nu zie je dat iedereen de urgentie voelt.’ Met een glimlach: ‘Dat vind ik echt mooi om te zien!’ 

Normaal zijn we concurrenten maar nu voelt iedereen de urgentie

TRL-niveau's

TRL staat voor Technology Readiness Level. Het is een meetmethode die aangeeft hoe marktgereed een nieuwe technologie of productinnovatie precies is. De schaal loopt van fundamenteel onderzoek (TRL 1) tot een volledig in de praktijk bewezen systeem (TRL 9). 

  • TRL 1-3: Onderzoek en technologische haalbaarheid (proof-of-concept). 

  • TRL 4-6: Technologieontwikkeling en validatie in een relevante of testomgeving (prototypevalidatie). 

  • TRL 7-8: Demonstratie in een operationele praktijkomgeving en systeemkwalificatie. 

  • TRL 9: De technologie is operationeel en klaar voor de markt.  

Op proef 
De biobased mengsels worden eerst uitgebreid onderzocht en getest in het laboratorium. Daarna volgt pas de praktijk: produceren, aanbrengen, opleveren en vervolgens monitoren. Hoe houdt het asfalt zich na een strenge winter of een hete zomer? Wat gebeurt er op zwaar belaste punten? Hoe zit het met slijtvastheid, stroefheid en rijcomfort? Om dit allemaal goed in kaart te brengen, worden er op verschillende locaties in Nederland proefvakken aangelegd.  

Wie van de drie
Eén van die locaties is de N375 bij Meppel. Hier test de provincie Drenthe drie wegvakken van elk driehonderd meter met verschillende mengsels van biobased asfalt. De komende vijf jaar wordt onderzocht hoe deze mengsels zich gedragen. Hester Vos, Adviseur MKI, Onderzoek & Ontwikkeling bij KWS: ‘Opdrachtgevers willen graag zien dat het op de lange termijn werkt. En bij asfalt kost dat nu eenmaal tijd.’ De eerste geluiden zijn positief. Een eerder vak met honderd procent biobased bindmiddel op de N210 gaat inmiddels de tweede zomer in. Kevin: ‘Ten opzichte van het referentievak ziet het er goed uit. Op heel zwaar belaste punten heeft het asfalt het wat zwaarder, maar niet meer dan bij regulier asfalt.’ 

Opdrachtgevers willen graag zien dat het op de lange termijn werkt; dat kost nu eenmaal tijd

Basismateriaal
KWS en haar collega’s in de markt concentreren zich daarom niet meer op één stof, maar zoeken materialen bij de individuele eigenschappen van een bindmiddel. Kevin: ‘Denk aan verwerking, soepelheid en duurzaamheid. Daar zoeken we een basisstof bij. Afhankelijk van hoe zo’n stof zich in proeven gedraagt ten opzichte van klassiek bitumen, zoeken we daar vervolgens nog andere grondstoffen bij. En die zijn dan natuurlijk het liefst ook biobased, circulair of secundair.’  

Unieke grondstof 
Oud asfalt krijgt in nieuwe mengsels al een tweede leven en in asfaltcentrales wordt ook al hard gewerkt aan minder energieverbruik en uitstoot. Maar verduurzaming van één onderdeel bleef altijd ingewikkeld: het bindmiddel. ‘Bitumen is eigenlijk best een bijzonder goedje’, vindt Kevin Daalhuizen, Adviseur Wegen en Innovatie bij KWS. ‘Voorheen werd vooral geprobeerd om dat één-op-één te vervangen. Maar we kwamen er al snel achter dat bitumen eigenschappen bezit die je niet zomaar allemaal in één andere stof vindt.’  

Wie over de verschillende proefvakken in Nederland rijdt, merkt en ziet niets bijzonders. Maar achter het vertrouwde zwarte oppervlak gaat een flinke verandering schuil. Want waar asfalt jarenlang vrijwel onlosmakelijk verbonden was met bitumen uit aardolie, zoekt KWS nu samen met collega’s en partners in de keten naar alternatieven uit reststromen van bijvoorbeeld landbouw, bosbouw en papierindustrie. Een serieuze stap richting fossielvrij asfalt. 

55% minder CO2-uitstoot en 50% minder verbruik van primaire grondstoffen in 2030. Gemeenten, provincies en andere opdrachtgevers zoeken naar manieren om de ambitieuze Nederlandse klimaatdoelen te behalen. Eén van de middelen: duurzamer asfalt. KWS werkt daarom onder andere aan biobased asfalt waarin bitumen deels of zelfs volledig wordt vervangen door een bindmiddel van natuurlijke oorsprong. De belangrijkste grondstof in deze ontwikkeling: samenwerking. 

groen asfalt
Samen op weg naar